De cultuur achter kortere werkweken
In Nederland is de gemiddelde werkweek gedaald naar 32,2 uur, volgens Eurostat 2023. Dat is de kortste gemiddelde werkweek in Europa. Ter vergelijking: in Frankrijk is dat 36 uur en in Duitsland34 uur. Ondanks die kortere uren blijft Nederland concurrerend qua productiviteit. Het land realiseert een output van €45,3 per uur, wat hoog is vergeleken met Spanje (€29,4 per uur) en in de buurt komt van de niveaus in Frankrijk en Ierland.
De verandering in werkuren is niet alleen een economische keuze; hij weerspiegelt diepgewortelde waarden. Sinds de jaren 1980 en 1990 stimuleert Nederlands beleid gezinsleven en gendergelijkheid op de arbeidsmarkt. Oorspronkelijk bedoeld om gezinnen te steunen en gelijkheid te bevorderen, heeft dat beleid een omgeving opgeleverd waarin minder werken sociaal geaccepteerd is.
De rol van deeltijdwerk en flexibele contracten
De Nederlandse arbeidsmarkt past zich makkelijk aan en heeft een sterke voorkeur voor deeltijdwerk en flexibele contracten. Dat is gunstig voor ouders en mantelzorgers, die werk en privé beter op elkaar kunnen afstemmen. Veel werknemers kiezen er vrijwillig voor om minder dan het maximale aantal uren te werken, terwijl hun inkomen qua koopkracht concurrerend blijft. Het gemiddelde uurloon van Nederlandse werknemers bedraagt €16,2 bruto, wat hoger ligt dan het Europese gemiddelde van €14,9.
Internationale voorbeelden en economische cijfers
Het Nederlandse model van kortere werkweken wordt vaak naast Scandinavische modellen gelegd, waar ook flexibiliteit en productiviteit belangrijk zijn. In landen als IJsland en Japan zijn pilots uitgevoerd met een vierdaagse werkweek, met veelbelovende resultaten. Tegelijk blijven er in landen als het VK en de VS structurele belemmeringen bestaan, zoals starre arbeidswetten en traditionele ideeën over werkuren en productiviteit.
De De 4-Day Week Foundation heeft onderzocht hoe arbeidstijdcompressie toch salarissen kan behouden. Dit afwegingsmodel heeft andere landen geïnspireerd, ondanks zorgen in eerste instantie over mogelijke productiviteitsdaling bij minder uren. Nederland laat zien dat kortere werkweken niet per se leiden tot minder productiviteit en soms zelfs tot een hogere output per uur.
Wat de rest van de wereld ervan kan leren
Deze bottom-upaanpak, zonder verplichtingen of nieuw wettelijk kader, laat zien dat ingrijpende hervormingen niet altijd nodig zijn om de arbeidsmarkt te vernieuwen. Door de juiste voorwaarden te scheppen — zoals beleid, maatschappelijke houding en arbeidsbescherming — kunnen werknemers en werkgevers samen toewerken naar een werkmodel dat beter past bij moderne levensstijlen. Het Nederlandse voorbeeld kan andere landen inspireren: in plaats van te wachten op wetgeving kunnen flexibele werkstructuren ingevoerd worden die vrijwillige aanpassingen stimuleren.
Nu de vierdaagse werkweek langzaam maar zeker terrein wint, blijft Nederland vooroplopen in het uitproberen en omarmen van nieuwe werkvormen. Die veranderingen scheppen kansen voor individuen, bedrijven en economieën wereldwijd, en laten zien hoe een cultuur zich kan aanpassen aan veranderende tijden.